Veel werknemers krijgen in januari een loonsverhoging. Dat is natuurlijk extra welkom, nu de inflatie de energierekening opjaagt en boodschappen duurder maakt. Tegelijk is het ook goed om te kijken welk deel van je inkomen je voor de lange termijn opzij kunt zetten en hoeveel vermogen je daarmee kunt opbouwen.

Een extra potje voor later kan nuttig zijn, bijvoorbeeld als aanvulling op het pensioen of voor een ander doel. Daarbij geldt dat als je gaat beleggen, bijvoorbeeld in een breed gespreid indexfonds, vroeg beginnen de mogelijkheid geeft om optimaal te profiteren van het rente-op-rente effect.

Stel dat je probeert elk jaar 10 procent van je netto inkomen opzij te zetten en daarmee te beleggen voor later. Hoeveel vermogen kan je daarmee opbouwen?

Om te illustreren hoe de groei van het inkomen, je leeftijd en de beleggingstermijn hierbij een rol spelen, hebben we een voorbeeld gemaakt.

Elk jaar 10% van netto inkomen beleggen: zo pakt dat uit

Wat betreft de beleggingshorizon nemen we een periode van maximaal veertig jaar. Hierbij start iemand op 25-jarige leeftijd met het opzijzetten van 10 procent van z'n inkomen gedurende de volledige periode. We stellen hier de leeftijd van 65 jaar als einddoel waarop het vermogen beschikbaar moet komen.

Een 35-jarige werknemer, die dus tien jaar later begint met het opbouwen van vermogen, heeft dan een horizon van dertig jaar. Wie nog weer tien jaar later begint, heeft nog twintig jaar en een 55-jarige heeft een beleggingshorizon van tien jaar.

Wat betreft het inkomen starten we met een jaarsalaris van 35.000 euro op 25-jarige leeftijd. Dit groeit met 2 procent per jaar. De 35-jarige heeft daarmee een bruto jaarsalaris van ongeveer 43.000 euro, de 45-jarige een jaarloon van 52.000 euro en de 55-jarige van 64.000 euro.

Vervolgens hebben we gekeken wat er netto overblijft na aftrek van de loonbelasting en rekening gehouden met heffingskortingen. Van het nettoloon wordt steeds 10 procent per jaar opzijgezet om te beleggen.

In de onderstaande tabel is dit samengevat:

Te zien is dat de 25-jarige in het eerste jaar start door 2.937 euro opzij te zetten. Dit bedrag groeit mee met de stijging van het loon. De 35-jarige start met het opzij zetten van 3.368 euro, de 45-jarige zet in het eerste jaar 3.823 euro weg en de 55-jarige in het eerste jaar 4.426 euro.

Vanuit deze startsituatie nemen we aan dat de jaarlijkse inleg in een breed beleggingsfonds rendeert tegen gemiddeld 6 procent per jaar. Dit levert de volgende vermogensopbouw op voor respectievelijk de 20'er die veertig jaar belegt, de 30'er die dertig jaar belegt, de 40'er die twintig jaar belegt en de 50'er die tien jaar belegt.

Te zien is dat de jonge belegger die op op 25-jarige leeftijd begint met beleggen, na tien jaar een vermogen van 44.508 euro heeft opgebouwd.

Wie op op 35-jarige leeftijd start met een wat hoger salaris en dus meer opzij kan zetten, bouwt in tien jaar een hoger bedrag op, te weten 51.039 euro. Volgens deze logica bouwt de 55-jarige, met het hoogste salaris en de hoogste inleg in tien jaar tijd het grootste bedrag op.

Maar vervolgens komt de tijdsfactor om de hoek kijken. De jonge belegger kan vanuit een stijgend salaris veertig jaar lang steeds 10 procent beleggen. Dat levert uiteindelijk een vermogen van ruim 590.000 euro op. De 55-jarige heeft met de beperkte beleggingshorizon van tien jaar uiteindelijk iets meer dan 67.000 euro vermogen opgebouwd.

Hier is ook goed te zien dat het rente-op-rente effect bij een lange beleggingsperiode vooral in de laatste jaren, als al een behoorlijk vermogen is opgebouwd z'n werk doet. Voor degene die op 25-jarige leeftijd start is er na dertig jaar een vermogen van ruim 290.000 euro. Vervolgens verdubbelt dat praktisch in de laatste tien jaar.

LEES OOK: Netto loon in 2023: dit kun je verwachten voor loonstrookje in januari